40 procent. Dat is wat landelijke sociaal-culturele organisaties aan inkomsten uit subsidies ontvangen. De overige 60 procent vergaren ze op eigen kracht.
Met activiteiten, giften, publicaties of lidgeld. Dat blijkt uit recent gepubliceerd onderzoek van de FOV, de federatie sociaal-cultureel werk. De geschatte waarde van het vrijwilligerswerk in de organisaties loopt bovendien in de honderden miljoenen.
De FOV bevroeg alle 130 sociaal-culturele organisaties die door de Vlaamse overheid erkend zijn. Het gaat om organisaties als KVLV, Amnesty International, Davidsfonds, Welzijnszorg, Vredesactie, Natuurpunt Educatie, Vlaamse Dienst Autisme, Vormingplus …
De sociaal-culturele organisaties tellen jaarlijks 10 miljoen deelnames aan activiteiten en ruim 2 miljoen leden. De Vlamingen waarderen de sociaal-culturele activiteiten, publicaties en cursussen hoog. Van de 173 miljoen euro inkomsten in de sector zorgen leden, deelnemers of donateurs voor 85 miljoen. Dirk Verbist, directeur van de FOV: “Sociaal-culturele organisaties hangen dus niet aan een subsidie-infuus. Integendeel, onze cijfers tonen aan dat ze een gezond financieel beleid voeren en sterk staan in hun core business: massa’s mensen bereiken met een aantrekkelijk activiteitenaanbod.” Toch staat de financiële boog gespannen. “Organisaties halen nu al het onderste uit de kan om het bestaande aanbod in stand te houden”, aldus Verbist.
Het sociaal-cultureel verenigingsleven kan daarnaast rekenen op de inzet van zo’n 200.000 vrijwilligers. Twee derde van die vrijwilligers steekt nog een tandje bij als bestuurder. Vrijwilligers zetten zich gemiddeld 4 à 5 uur per week in voor hun organisatie, zo blijkt uit onderzoek. Als je al die sociaal-culturele vrijwilligers een loon zou uitkeren, is hun totale inzet 1,1 miljard euro waard. Of hoe relatief beperkte overheidssteun een sneeuwbal aan maatschappelijk rendement creëert.
Bron: Persbericht FOV, 27 januari 2012